Dragen is cruciaal (net als praten, aanraken...) omdat het over het algemeen plaatsvindt aan het begin van het ouderschap en de relatie tussen volwassene en kind. Het is dus bepalend en draagt bij aan het leggen van de fundamenten van de communicatie die komen gaat tussen de volwassene en het kind, dat zelf een toekomstige volwassene is.

Dragen kan al vanaf de eerste dagen beginnen. Dit zorgt voor een overgang tussen de intra-uteriene wereld en de buitenwereld en verlengt het gevoel van veiligheid dat geboden wordt door de omhulling van de moederschoot.

De draagdoek goed aangebracht ondersteunt het kind in een foetale fysiologische houding. Deze manier van ondersteunen geeft hem een gevoel van veiligheid en helpt hem zich competent te voelen en actief deel te nemen aan het ondersteunen van zijn lichaam door zich vast te klampen aan de drager.
Wanneer de baby gedragen wordt, zijn de spieren ontspannen, verloopt de spijsvertering efficiënter en nemen reflux en koliek af. De slaap wordt bevorderd door het wiegelen.
De baby heeft een fundamentele behoefte om zich omsloten en omhuld te voelen door de volwassene. Deze emotionele en fysieke veiligheid stelt het goed gedragen kind in staat om tot rust te komen, omdat het niet meer hoeft te vechten tegen de zwaartekracht om zichzelf te beheersen.

Je kind dragen stelt hem in staat om actief deel te nemen aan de wereld en stimuleert de motorische, cognitieve en emotionele ontwikkeling.
Het kind deelt de verschillende ritmes en emoties van de dag en neemt actief deel aan de wereld op ooghoogte van volwassenen.
